Cao Fei - Whose Utopia

No. 12, Cao Fei, Whose Utopia, 20:00 min, Brusselsestraat 103

Cao Fei (China, 1978) realiseerde Whose Utopia (2006) in het kader van het Siemens kunstprogramma. Voor dit werk verbleef zij zes maanden bij OSRAM China Lighting Ltd. in de Chinese stad Foshan. Het succes van deze fabriek heeft een grote impact gehad op de omgeving, de Parelrivierdelta, en oefent een enorme aantrekkingskracht uit op jongeren. Uit heel China komen zij naar de regio om in de fabriek te werken in de hoop op een betere toekomst. Whose Utopia bestaat uit drie hoofdstukken. Deel 1 toont fragmenten van het productieproces. Deel 2 zoomt in op de poƫtische dromen en fantasieƫn van de fabrieksarbeiders tegen het decor van de harde realiteit van hun werkomgeving. Een groot contrast. De beelden van de dansende en musicerende arbeiders vertellen niet alleen het verhaal van talent dat niet ontplooid kan worden maar ook van de ontwrichte maatschappij in het hedendaagse China. Deel 3 stelt de individuele werker centraal in een reeks portretten.

Met dank aan de heer Noten

Cao Fei (China, 1978) realised Whose Utopia (2006) in accordance with the Siemens Art Programme. In order to create this work, she stayed for six months in the OSRAM China Lighting Ltd. factory in the Chinese city of Foshan. The success of this factory has an enormous impact on the surrounding Pearl River Delta region and exercises a huge attraction on the youths in the region. They come from all over China in the hope of finding a position with the factory and a better future. Whose Utopia consists of three chapters. Part 1 shows fragments of the production process. Part 2 focuses on the poetic dreams and fantasies of the factory workers against the backdrop of the harsh reality of their working environment. The contrast is massive. The images of factory workers who dance and make music tell not only the story of talent that has no chance of being pursued, but also depict the disrupted society of contemporary China. Part 3 centres on the individual worker in a series of portraits.

With thanks to Mr. Noten

home